cheepvaart en botenbouw


Afb. 1: Werven langs de Geeuw
IJlst heeft een lange geschiedenis waar het gaat om botenbouw. Hoewel in vroeger jaren een belangrijke bron van inkomsten, lopen de aktiviteiten in deze sector tegenwoordig steeds verder terug. Werden in de laatste decennia in IJlst hoofdzakelijk boten voor de recreatievaart gebouwd, in de zeventiende en achttiende eeuw waren dat vrachtschepen.

De scheepsbouw en de scheepvaart vormden toen de grondslag van het economisch leven in IJlst. Het is niet bekend hoe groot de omvang van de eigen scheepvaart was. Wel is bekend dat zij in een groot gebied opereerde. Zo bevoeren IJlster schippers het Europese kustgebied van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee. Er werd zelfs deelgenomen aan de walvisvaart.

lster scheepswerven
IJlst bezat twee grote scheepshellingen, n aan de zuidoostelijke kant van de stad en n aan de noordwestelijke zijde. Hier werden zogenaamde kofschepen gebouwd. Ook was er toen sprake van een 'fabriek van scheepstimmeren' en vele 'bootje-maakerven'. In relatie tot deze scheepsbouw kan ook de aanwezigheid van enkele grote houthandels worden verklaard. In IJlst was in de achttiende eeuw al een levendige handel in scheepshout, dat in grote hoeveelheden in opslag werd gehouden en aangevoerd was uit Emden, Zwolle, Hasselt, Zutphen en Makkum.

De kerk en een scheepswerf - eind 18e eeuw
Afb. 2: De kerk en scheepswerf - eind 18e eeuw

Hoewel de handel en de scheepvaart in de achttiende eeuw achteruit gingen, bleef de houthandel belangrijk in IJlst. Mogelijke oorzaak voor deze achteruitgang kan zijn dat de handel zich deels verplaatste naar Sneek. In 1818 had IJlst waarschijnlijk nog slechts 5 kleine scheepswerven.

ndirecte deelname aan de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667)
In 1663 is er, naast natuurlijk de vele anderen in die jaren, een groots gevechtschip te water gelaten, met wel een heel interessante doopnaam: de "IJlst". Het wordt in 1665 voor het eerst genoemd en in 1666 voor het laatst.

Wikipedia:

Na de Nederlandse overwinning in de Vierdaagse Zeeslag (11 - 14 juni 1666), waarin de zware Prince Royal zich overgaf, leek het er even op dat Engeland [...] verslagen was.


Afb. 3: Fregat IJlst, 1665

Over het schip is bekend dat het tot de admiraliteit van Amsterdam behoorde (niet die van Friesland!), 140 bemanningsleden en (in 1666) 30 tot 38 schietwapens aan boord had. In dat jaar raakte de IJlst beschadigd tijdens een vierdaags gevecht (tussen 11 en 14 juni dus), waarbij vijf bemanningsleden overleden en elf gewond raakten. Hoewel van sommige schepen nog valt te achterhalen hoe ze aan hun eind zijn gekomen (in vlammen opgegaan, gezonken tijdens gevecht), kan ik over de IJlst helaas niets met zekerheid achterhalen.

Schepen als deze hadden vaak imposante namen als "Hollandia" of "Gelderland", "Gouden Leeuw" of "Prins Willem". Toch een hele (veelzeggende!) eer dat er ook ooit zo'n schip bestond dat "IJlst" gedoopt is.

eerdiensten in de 19e eeuw: naar Amsterdam
Aan de IJlster schipper Uiltje Pieter van der Veen werd, met uitsluiting van alle anderen, op 29 november 1821 het recht van beurtveer op Amsterdam verleend. Als het weer het toeliet moest de schipper wekelijks op woensdagmorgen om 08.00 uur afvaren en vertrok hij uit Amsterdam op zaterdagavond een uur voor het sluiten der boom. Het tarief was in een reglement vastgelegd:

  • een koe: f3,50
  • een paard: f2,00
  • een ton boter: 60 cent
  • een graskalf: 40 cent
  • een varken: 40 cent
  • een kist thee: 30 cent
  • een brief: 10 cent
  • een vaatje honing: 10 cent

eerdiensten in de 19e eeuw: naar Sneek
IJlst had een veerschipper die op Sneek voer. Hieraan was ook tussenhandel verbonden. Het was een regel dat de veerschipper een inwoner van IJlst was. Sinds het begin van de achttiende eeuw was de animo voor dit veer aan het teruglopen. Het veer werd daarom soms verpacht aan een inwoner van Sneek, die, om aan de spelregels te kunnen voldoen, pro firma inwoner van IJlst werd.

Op 15 augustus 1822 werd het recht op de beurtveer naar Sneek met, uitsluiting van alle anderen, verleend aan de IJlster schipper Jetse Wybrens Bleeker. Behalve op zondag was hij verplicht elke dag om 09.00 uur 's morgens te vertrekken uit IJlst. Om 14.00 uur werd dan de terugtocht uit Sneek aanvaard. Het vrachtloon was in een stadsreglement vastgelegd:

  • een persoon 6 3/4 cent
  • een nuchter kalf 5 cent
  • een big 2 1/2 cent

ohanna Jacoba
In 1929 werd het meest bekende veerschip door de IJlster veerman Pieter Sybesma gekocht: de Johanna Jacoba. Het schip werd in 1909 in Groningen gebouwd, waar het vernoemd werd naar de moeder van de werfeigenaar. Pieter Sybesma was de tweede eigenaar van het schip en voer er zes keer per dag een beurtdienst mee, tussen IJlst en Sneek. In 1940 werd het schip door de Duitse bezetter gevorderd, die het in 1945 in Groningen tot zinken bracht.

Sybesma heeft het na de oorlog toch weer boven water gehaald en in ere hersteld, om er tot 1960 zijn brood mee te kunnen verdienen. In dat jaar heeft Sybesma het moeten verkopen naar Noord-Holland, omdat het niet meer genoeg opbracht. In 1992 kreeg de gemeente Wymbritseradeel te horen dat het schip gesloopt zou worden. Doordat de gemeente het schip kocht en het in 1993 volledig gerestaureerd kon worden, kan dit stukje cultuurhistorie tegenwoordig nog gehuurd worden voor dagtochten.

inde aan de bloei van IJlst door de Franse bezetting
Een stukje geschiedsschrijving nu, want de situatie waarin Nederland zich bevond rond de eeuwwisseling naar de 19e eeuw, had grote gevolgen voor de scheepvaart en botenbouw in IJlst!

In 1794 vielen de Fransen Nederland binnen om de patriotten te helpen in hun strijd om 'vrijheid, gelijkheid en broederschap'. Stadhouder Willem V was genoodzaakt te vluchten naar Engeland, waarna de patriotten de Bataafse Republiek uitriepen. In 1799 vonden de Britten en de Russen blijkbaar dat ze zich genoeg gerriteerd hadden aan de door aartsvijand Frankrijk benvloede Bataafse Republiek: ze vallen Noord-Holland binnen. Herhaaldelijk wordt slag geleverd, maar de Bataafse en Franse troepen jagen ze uiteindelijk het land uit.

Pamflet uit 1813, viert de terugkomst van Willem van Oranje Afb. 4: pamflet uit 1813, viering van de vrijheid

De bezetting van de Fransen neemt groteske vormen aan wanneer Napoleon in 1806 de Bataafse Republiek opheft en, om zichzelf te versterken tegen de Engelsen, hij van Nederland een koninkrijk maakt met broer Lodewijk Napoleon op de troon. In 1810 wordt Nederland zelfs geheel bij Frankrijk ingelijfd. Het juk van de Fransen duurt tot 1813, dan keert Willem van Oranje (zoon van Willem V) terug als stadhouder. In 1815 kroont hij zichzelf tot koning Willem I, soeverein der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg. Na de slag bij Waterloo (1815, waarbij Napoleon wordt verslagen), wordt het rustig.

Voor IJlst had deze politieke onrust ernstige gevolgen voor de economie. Tot aan 1800 was het IJlster scheepstype, de Kogge, d vrachtvaarder van Holland. Maar onder het Franse juk kwam de zo belangrijke overzeese handel volledig stil te liggen. "De zee is open, de koophandel herleeft", gold niet voor IJlst. Na de bevrijding van het Franse juk lukte het nooit meer de IJlster scheepsbouw te laten herleven. Met de bouw van kofschepen was het voorgoed afgelopen.

ntwerp en idee fan Marit, 2003. Lste oanpassings dien op 4 febrewaris 2006.
Eamelje mei Marit of besiekje harren eigen webside.